Kind met boze uitdrukking tijdens een driftbui

  • 4 aug

Waarom je kind niet expres ontploft: wat er gebeurt in het brein bij een driftbui

  • Marjolein Bröring

Het ene moment speelt je kind rustig, het volgende moment staat hij of zij in de vechtstand. Boos, fel, misschien zelfs grensoverschrijdend in woorden of gedrag.

Als ouder is het dan verleidelijk om te denken: dit doet mijn kind expres. Maar in de meeste gevallen klopt dat niet.

Wat is een overleefreactie?

Als het even teveel wordt voor je kind, schat het brein in dat er gevaar dreigt. Het schakelt dan over op overleven. Dit gebeurt razendsnel en volledig buiten de wil van je kind om.

Er zijn vier bekende overleefreacties: vechten, vluchten, bevriezen en fladderen (ook wel "fawn" genoemd, waarbij een kind zich juist heel gehoorzaam of aangepast gaat gedragen).

Bij een driftbui of woede-uitbarsting zie je vaak de vechtreactie: heftig, fel, en soms grensoverschrijdend.

Wat er in het lijf van je kind gebeurt

Zodra het brein "gevaar" seint, neemt adrenaline het over. Spieren spannen aan, het hart gaat sneller kloppen, en het contact met logisch nadenken verdwijnt naar de achtergrond. Je kind voelt dit letterlijk in zijn lijf.

In die staat is een kind in staat om de "bedreiging", ook al is dat gewoon een broertje die iets afpakte of een ouder die nee zegt, met woorden of gedrag met de grond gelijk te maken. Niet omdat het kind dat bewust wil, maar omdat het brein op dat moment simpelweg anders werkt dan in rust.

Waarom praten dan niet werkt

Veel ouders proberen op het hoogtepunt van een driftbui te redeneren, uit te leggen of grenzen te stellen. Begrijpelijk, maar het werkt niet. Zolang het brein van je kind in overleefstand staat, is er geen ruimte voor logisch nadenken. De boodschap komt simpelweg niet aan.

Het deel van je brein dat in survivalstand staat, heeft wel een minuut of 15-20 nodig om weer tot rust te komen. Dán pas helpt praten weer.

Tot die tijd kun je er beter van uitgaan dat wat jij als ouder probeert uit te leggen niet goed wordt verwerkt.

Wat wel helpt

Twee dingen maken het verschil: veiligheid bieden en tijd geven. Dat betekent er rustig zijn, zonder meteen te corrigeren of weg te duwen. Vaak duurt het een kwartier tot twintig minuten voordat een kind weer echt bij zichzelf is. Pas daarna is er ruimte voor een gesprek, als dat gesprek al nodig is.

Kijk naar wat eraan voorafging

Minstens zo belangrijk als het moment zelf, is wat er vóór die uitbarsting gebeurde. Zie het als een emmer die gedurende de dag langzaam volloopt, met dingen als drukte, prikkels, moeheid, honger of spanning. Op een gegeven moment is de emmer vol, en is er nog maar één kleine druppel nodig om hem te laten overlopen.

De vraag is dan niet alleen "wat deed hij nu weer", maar vooral: wat zorgt ervoor dat de emmer bij mijn kind steeds zo snel vol raakt?

Je kind doet dit niet expres

Ieder kind wil gezien worden, ook op de momenten dat het er allesbehalve rustig aan toegaat. Door te begrijpen wat er in het brein gebeurt, kun je anders reageren op die momenten en op termijn ook de emmer zelf helpen legen.

Begrijpen wat er in het brein van je kind gebeurt, is een eerste stap. Maar de meeste ouders lopen daarna tegen de vraag aan: wat doe ik hier nu concreet mee, in mijn eigen gezin, met mijn eigen kind?

In de cursus Van stress naar veiligheid neem ik je mee in hoe je die emmer bij jouw kind leert herkennen, hoe je in het moment zelf het verschil kunt maken, en hoe je stap voor stap meer rust in het dagelijks leven van je kind (en jezelf) krijgt.

Veelgestelde vragen over driftbuien en overleefreacties


Vanaf welke leeftijd zijn driftbuien normaal?

Driftbuien komen het meest voor tussen anderhalf en vier jaar, ook wel de peuterpuberteit genoemd. Maar ook op basisschoolleeftijd en in de pubertijd kunnen kinderen forse woede-uitbarstingen hebben. De vorm verandert (van gillen en op de grond gooien naar schelden of dichtslaan van deuren), maar het onderliggende mechanisme, de overleefreactie, blijft hetzelfde.

Wanneer is het meer dan "gewone boosheid"?

Iedereen wordt weleens boos, en het ene kind heeft nu eenmaal een sterker temperament dan het andere. Dat is op zichzelf geen reden tot zorg. Maar als driftbuien heel vaak voorkomen, heel heftig zijn, of al langere tijd aanhouden, kan dat een teken zijn dat je kind ergens in vastloopt en dat er iets meer aan de hand is.

Moet je een driftbui negeren of juist troosten?

Dit is misschien wel de meest gestelde vraag, en het antwoord ligt genuanceerder dan een simpel "wel" of "niet". Puur negeren kan een kind het gevoel geven dat het er alleen voor staat, juist op het moment dat het brein in overleefstand staat en veiligheid het hardst nodig heeft. Vanuit het perspectief van de overleefreactie is de kern dus niet "aandacht geven of niet", maar rustig aanwezig blijven zonder in discussie te gaan, tot je kind weer toegankelijk is voor contact.

Hoe reageer je het beste tijdens een driftbui?

Blijf zelf zo rustig mogelijk, praat niet uitgebreid in op je kind, en geef de tijd. Soms helpt knuffelen, soms helpt gewoon luisteren of even niks. Pas als je kind weer bij zichzelf is, meestal na een kwartier tot twintig minuten, is er ruimte om samen terug te kijken op wat er gebeurde en wat de emmer deed overlopen.